De lagers, met twee boringen (cilindrisch of conisch) en lagerringen van plaatstaal of synthetische harsen, kenmerken zich door hun bolvormige loopvlakken in de buitenring. Deze loopvlakken maken een uitlijningsafwijking van maximaal 3° tussen de binnen- en buitenring mogelijk, waardoor concentriciteits- en doorbuigingsfouten worden gecompenseerd.